De heer Wibaut: “Mijnheer de Voorzitter! In de zitting van 24 juli 1907 is door den heer [Sutorius] [een gemeenteraadslid] gevraagd, mede te deelen waar de bewoners van de onbewoonbaar verklaarde woningen bleven en toen is door den wethouder toegezegd, dat het verslag spoedig den raad zou bereiken. Wij hebben het nu nog niet ontvangen en ik zou nu gaarne de vraag willen stellen, of het verslag spoedig kan komen”. |