In maart en april 1903 woedde er in Amsterdam een aantal werkstakingen. Vooral gemeentewerklieden legden het werk neer. Echter lang niet iedereen wilde staken. De risico’s voor stakers waren aanzienlijk: hoge geldboetes en zelfs ontslag konden het gevolg zijn. Veel mensen wilden daarom gewoon aan het werk (werkwilligen), maar sommigen durfden niet, omdat ze bang waren door stakers met geweld van hun werk te worden weerhouden. De burgemeester laat echter via een oproep weten, dat de nodige maatregelen getroffen zijn, zodat elke werkwillige gewoon aan het werk kan gaan. De proclamatie werd overal in de stad opgehangen. |