Door de Eerste Wereldoorlog waren veel levensmiddelen niet of nauwelijks meer verkrijgbaar. Ook aardappelen, voor veel mensen een eerste levensbehoefte, werden in Amsterdam nauwelijks meer aangevoerd. Op 28 juni plunderden een groep volksvrouwen die geen uitweg meer zag, een schuit met aardappelen, die lag afgemeerd in de Prinsengracht. De lading was bestemd voor het leger, maar daar trokken de uitgehongerde vrouwen zich niets van aan. In het politierapport wordt uitgebreid beschreven wat de vrouwen precies ondernemen, en hoe de politie optreedt. |