Volgens familietraditie liet het echtpaar Boissevain in 1916 een portret maken van hun zes dochters, die toen tussen de zes en negentien waren. Het echtpaar kreeg in totaal tien kinderen: zes dochters en vier zonen.
De familie behoorde tot de notabelen van de stad. Vader Charles Boissevain was directeur van een ammoniakfabriek, lid van de gemeenteraad en Proviciale Staten van Noord-Holland. Moeder Maria Pijnappel was voorzitster van de Maatschapij tot Nut van 't Algemeen en van de Bond voor Vrouwenkiesrecht. Later werd ze ook lid van de Provinciale Staten.
In het Gemeentearchief Amsterdam wordt het archief van deze familie bewaard, inclusief de gegevens over de dagelijkse huishouding.
Thérèse Schwartze was geschoold door haar vader, de portretschilder Johan G. Schwartze. Thérèse was 23 toen hij stierf, maar ze was inmiddels zo geschoold dat ze in staat was het achtergebleven gezin te onderhouden. Nadat zij in 1881 met succes een portret van koningin Emma en prinses Wilhelmina had gemaakt, stroomden de portretopdrachten uit de gegoede stand binnen. Zo heeft de grootvader van de dochters Boissevain meerdere portretten bij haar besteld. |