Heden zeven en twintig april negentienhonderd vier, zijn voor ons verschenen Ambtenaar van den burgerlijken stand van Amsterdam, in het openbaar, in het huis der gemeente, ten einde een huwelijk aan te gaan:
Frans Ludwig Broekveldt, kleermaker, geboren en laatst gewoond hebbende te Rotterdam, wonende thans alhier, oud vier en twintig jaren, meerderjarige zoon van Simon Broekveldt, kleermaker en Catharina Jacoba Schröder, wonende te Rotterdam, ter eenre en Gatske de Jong, zonder beroep, geboren te Leeuwarden, wonende te Ilpendam, oud twee en twintig jaren, minderjarige dochter van Pieter de Jong, zonder beroep, en Simkje Oosterhof wonende te Ilpendam, ter andere zijde. En verklaarden de ouders des bruidegoms, bij notarieele akte en de ouders der bruid, voor ons tegenwoordig, toe te stemmen in dezer echt.
De beide afkondigingen tot dit huwelijk zijn onverhinderd geschied, alhier; te Rotterdam en te Ilpendam den zeventienden en vierentwintigsten dezer.
Wij hebben hen gevraagd of zij elkander nemen tot echtgenooten, en getrouwelijk alle verplichtingen zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn. Nadat deze vraag door hen bevestigend beantwoord werd, hebben wij, in naam der wet, uitspraak gedaan dat zij door het huwelijk aan elkander zijn verbonden.
Als getuigen waren tegenwoordig: Everardus Hendrikus Terlingen, loodgieter, oud vijf en twintig jaren, Jan Schubant, bode, oud negen en twintig jaren, Pieter Willemse, diamantbewerker, oud twee en dertig jaren en Casper Jansen, diamantbewerker, oud twee en dertig jaren, wonende allen alhier.
Er is hiervan door ons opgemaakt deze akte, die, na voorlezing, door de comparanten, de getuigen en ons is ondertekend.
F.L. Broekveldt E. ter Lingen
G. de Jong J. Schubant
P. de Jong P. Willemnse
S. Oosterhof C. Jansen
|