Eigenlijk was het onder het publiek dat die tusschenscholen voor z’n kinderen gebruikte zo’n beetje traditie dat een kind niet eerder dan tegen z’n veertiende jaar van de lagere school afging. Later is men aan die traditie tegemoetgekomen door het stichten van ‘vervolgklassen’. In mijn jeugd kwam de school aan de traditie tegemoet door in de hoogste klasse drie, vier verschillende ‘partijen’ te organiseren en ik heb later vaak gedacht dat dit systeem nooit naar waarde is geschat. Het stelde de onderwijzer in staat, en dat een halve eeuw geleden, om te doen wat tegenwoordig als grote nieuwigheid wordt aanbevolen: het onderwijs te invididualiseren en te werken naar de globalisatiemethode, en toch de klasse als gemeenschap te houden en te exploiteren. En men begon met dit zielkundig juiste systeem nadat voor de kinderen de levensperiode van het volautomatische zo’n beetje voorbij was. Op menige dorpsschool bestaat het systeem nog, ik meen tot heil der leerlingen. |