Johan Rudolf Thorbecke (14 januari 1798 – 4 juni 1872) is bekend geworden als de grondlegger van de grondwet van 1848. Thorbecke was eerst hoogleraar. In Leiden gaf hij aan de juridische faculteit colleges in de diplomatie en de politieke geschiedenis. De praktische politiek ging Thorbecke echter steeds meer interesseren. Van conservatief ontwikkelde hij zich tot radicaal-liberaal. In 1844 werd hij gekozen als Tweede-Kamerlid voor de liberalen. In dat jaar diende hij met acht anderen een voorstel in voor een ingrijpende wijziging van de grondwet. Koning Willem II benoemde Thorbecke in 1848 als voorzitter van de commissie die leiding gaf aan het opstellen van een nieuwe grondwet. In vervolg op de grondwet werden er in de jaren daarna belangrijke onderwijswetten aangenomen. |