Het basisonderwijs kende in de periode 1848-1920 allerlei soorten scholen. Het belangrijkste onderscheid was de welstand van de bevolkingsgroepen en ook de geloofsovertuiging. Er waren scholen voor armen en scholen voor mensen met geld. Aan de naamgeving kon je al aflezen met wat voor school je te maken had (Lees ook de bronnenAllerlei scholen en Letter en Nummerscholen.
Op de plattegrond is aangegeven hoeveel scholen van de 4e klasse Amsterdam telde in 1886.
Scholen van de 4e klasse vroegen schoolgeld. Op deze scholen werden de kinderen van de allerrijksten van de stad ingeschreven als leerling. De gebouwen waren groot en goed ingericht. Net als de scholen der 3e klasse, kregen deze scholen een naam.
|